Welke zijn de meest duurzame OESO-landen?

Welke zijn de meest duurzame OESO-landen?

Degroof Petercam publiceert zijn 16e duurzaamheidsklassement

Donderdag 29 oktober 2015

  • Degroof Petercam (sinds 1 oktober de nieuwe groep die voortvloeit uit de fusie tussen Bank Degroof en Petercam) heeft zijn halfjaarlijkse duurzaamheidsklassement voor de 34 lidstaten van de OESO gepubliceerd.
  • Dat klassement analyseert de duurzaamheid van de landen op basis van vijf criteria (‘transparantie en democratische waarden’, ‘milieu’, ‘onderwijs’, ‘bevolking, gezondheidszorg en welvaartverdeling’ en ‘economie’).
De volledige studie en het klassement zijn beschikbaar via deze bijlage.

  • België: vooruitgang inzake milieu maar een uitdaging op het vlak van immigratie
  • Denemarken nummer één van het klassement
  • Frankrijk: momentumverlies bevestigd

België: betere milieuscore, maar een uitdaging op het gebied van de tewerkstelling van immigranten

België stijgt in het duurzaamheidsklassement, met name op milieuvlak. In het kader van de klimaattop COP21 is het goed om te benadrukken dat de CO2-uitstoot en de elektriciteitsproductie op basis van steenkool terugvallen, terwijl het aandeel van hernieuwbare energie in de elektriciteitsopwekking stijgt. Dat neemt niet weg dat de luchtkwaliteit niet evenredig verbetert, met een score die onder het gemiddelde van de OESO ligt.
Terwijl de Europese grenzen geconfronteerd worden met een toestroom van immigranten en Europa zijn integratiebeleid herziet, blijft België een slechte leerling op dat vlak, aangezien de tewerkstellingsgraad van immigranten lager ligt dan het gemiddelde van de OESO.
In het licht van de vergrijzing, van de problematische afhankelijkheid van ouderen en de zwakke geboortecijfers, zou immigratie niet als een bedreiging maar als een groeimotor moeten worden beschouwd. Door te investeren in de opleiding van immigranten kan België zijn actieve bevolking en afzetmarkt doen aangroeien met een bevolking die beschikt over koopkracht. Het is interessant om te zien dat twee derde van de immigranten in de Verenigde Staten en Canada een hoger diploma heeft. Dat is bijna het dubbele van de cijfers in Europa.


Denemarken opnieuw op kop in het klassement

Dankzij de beste score voor de pijler ‘transparantie en democratische waarden’ krijgt Denemarken de eerste plaats op het podium. Met uitzondering van de pijler ‘onderwijs’ behoort de nummer één tot de top drie van de vier andere duurzaamheidspijlers. Dat toont de wisselwerking aan tussen de pijlers voor een gedegen duurzaam engagement voor de toekomst.
Denemarken onderscheidt zich omdat het een klimaat van vrede en behulpzaamheid bevordert. Met de laagste corruptiegraad en een moordcijfer dat tot de laagste behoort, zet het land zich ook in voor duurzame ontwikkeling op wereldschaal omdat het tot de meest gulle landen behoort. Denemarken besteedt immers 0,9 % van zijn bruto binnenlands product aan ontwikkelingshulp. De Denen, die onder andere kunnen profiteren van de beste huisvestingsvoorwaarden, behoren tot de meest tevreden burgers als het om levenskwaliteit gaat.
Dat neemt niet weg dat Denemarken op het gebied van onderwijs nog geen uitmuntende score heeft behaald. Dat is verbazend voor een land dat zo geëngageerd is en een voorbeeld is in het terugdringen van armoede en sociale ongelijkheid. Uit de PISA-tests van de OESO blijkt dat de uitdaging ligt in de sociaaleconomische en culturele verschillen tussen scholieren in het middelbaar onderwijs.


De inspanningen van Frankrijk volstaan niet om bij de top te blijven

Frankrijk scoort lager dan het OESO-gemiddelde op steeds meer indicatoren. Ondanks de verbeteringen, met name op het vlak van hernieuwbare energie, werkloosheid, de afhankelijkheids-ratio van ouderen of het aantal inwoners met een hoger diploma, verliest Frankrijk op één jaar tijd vier punten en zes plaatsen. “Dat is niet echt een verrassing”, zegt Ophélie Mortier, coördinatrice voor verantwoorde beleggingen en verantwoordelijk voor het klassement. “We zien al enkele semesters dat Frankrijk stelselmatig achteruitgaat, op alle vijf duurzaamheidspijlers.”


Frankrijk heeft af te rekenen met belangrijke uitdagingen, met name op het vlak van immigratie terwijl het land vandaag bijna zes gepensioneerden telt voor slechts tien actieve mensen. Hoewel de werkloosheidsgraad daalt, is de jongeren- en langdurige werkloosheid een economische en sociale realiteit.
Ten slotte, terwijl de klimaattop COP21 zal plaatsvinden in Parijs, kan Frankrijk zich op milieuvlak niet onderscheiden van zijn buurlanden. Hoewel de gebruiksgraad van hernieuwbare energie in de lift zit, blijft ze onder de drempel van 5 % van de geproduceerde energie. De luchtkwaliteit, opgetekend volgens het fijn stof in de lucht en de overlijdens als gevolg van externe vervuiling, ligt beduidend onder het gemiddelde.
Het duurzaamheidsklassement is gebaseerd op een zogenaamde best-in-class-benadering, en analyseert de score van een bepaald land in verhouding tot de andere landen voor hetzelfde criterium. Daarom moet de achteruitgang van Frankrijk relatief worden bekeken in vergelijking met de andere lidstaten; ze wordt verklaard door bepaalde verslechteringen maar ook door verbeteringen, die ontoereikend blijven in vergelijking met degene die andere landen hebben opgetekend.